| Welkom bezoeker, [Login | Registreren] |
Taalkeuze
|
|
|
|
|
Clusiaantje juni 2010
Opleving,
Als er iets een revival gemaakt heeft de laatste jaren dan zijn dit wel de kruiden. Kruiden werden van oudsher al voor onze jaartelling als eerste tuinplanten door mensen dicht en rondom hun huisvesting aangeplant voor medicinaal gebruik en als smaakmakers. Vele kruiden schreven geschiedenis b.v. de maretak, laurier, Aloë Vera en de nog steeds zeer populaire Lavandula’s. Het zou te ver gaan om alle beroemde kruiden hier een ere plaats te geven, echter een beruchte wil ik toch wel in het voetlicht plaatsen. Artemisia absinthium, geen kruid (zo bitter) dat zo tot de verbeelding spreekt als deze. Artemisia, de botanische naam afgeleid van de Griekse Godin van de jacht en de maan Artemis, is een geslacht dat voorkomt van Europa tot aan Azië en Noord-Amerika. De veel gebruikte naam alsem verwijst in het bijzonder naar de absintalsem. De bloemknoppen van deze plant werden een geneeskrachtige werking toegeschreven. De bittere smaak van de plant herinnert ons volgens Salomo aan de scherpe kanten van het bestaan. Ook in het Boek der Openbaringen hoofdstuk 8 lezen we over de spreekwoordelijke bitterheid van alsem. In de 18de eeuw experimenteerde de Zwitser dr. Ordinaire met de absintalsem en het resultaat was een hoog alcoholpercentage houdende drank. In 1797 verkocht de Zwitser zijn receptuur aan Henrie Louis Pernod en die ontwikkelde de uiteindelijke drank die bij ons bekend als ‘Absinthe’.
De absintlikeur was vanaf het begin een hit en had een grote schare van bekende liefhebbers. Van Gogh, Picasso, Hemingway, Paul Gauguin dronken regelmatig een ‘Absintje’ en Oscar Wilde schreef; after the first glass you see things as you wish to see. After the second you see things they are not… en finally you see things as they really are and that’s the most horrible thing in the world. Onder het burgervolk ging het maar al te vaak fout na overmatig gebruik van deze likeur. In absintalsem zitten etherische oliën, zoals thujon en thujol en aan deze stoffen wees men vroeger de verschijnselen zoals hoofdpijn, duizeligheid maar ook krankzinnigheid, verlamming en soms zelfs de dood toe die optraden bij overmatig gebruik. Naar aanleiding hiervan werd ‘Absinthe’ in het begin van de 20ste eeuw bij de wet verboden. De slimme fabrikanten zochten hun heil echter snel in een lichtere vorm en introduceerde toen de absintwijn beter bekend als "Vermouth" Deze naam komt van het Duitse woord "vermut"(wormkruid) en duidt op de wormafdrijvende medicinale werking van het kruid.
Een Duits onderzoeksteam echter heeft met behulp van oude recepten vanuit onder het stof ‘Absinthe’ nauwgezet volgens de aantekeningen nagemaakt. Met moderne technieken bepaalden zij de concentraties aan giftige stoffen. De concentraties bleken 200 maal lager te liggen dan in het begin van de 20ste eeuw werd vooropgesteld. De vergiftigingen toentertijd zijn dus te wijten aan een overmatig alcohol gebruik. Tevens bleek uit het onderzoek dat de groene kleur van ‘Absinthe" vroeger werd opgepept met giftige verbindingen als kopersulfaat en anilinegroen en voor extra troebelheid anti-moontrichloride of loodsuiker. Maar nu mag: ‘Absinthe’ weer, je drinkt het als volgt; schenk een klein borrelglas vol leg hierop een absintlepeltje (lepeltje met gaatjes) met een suikerklontje overgoten met ‘Absint’ steek deze aan, de suiker karameliseert, sluit hierna het glas luchtdicht af met de platte voet van een glas om het vuur te doven. Overtuig je dat de vlam uit is en dan…genieten, o, ja bij voorkeur slurpend drinken. Voor hen die na het lezen van dit verhaal toch nog hun twijfels hebben Artemisia is bovenal een prachtige en goed toepasbare borderplant in vele variëteiten. Proost, en een fijne vakantie. DB Clusiaantje mei 2010
Vergeten smaak.
’s Morgens vroeg neem ik altijd de kans waar om in alle rust onze honden uit te laten. Van druk viervoeter verkeer is dan nog geen sprake. Bijna elke ochtend kwam ik hem dan fietsend tegen aan de rand van de polder. De man, klompen aan, ietwat stijf doch fier op zijn fiets met een oude mayonaise emmer aan de linkerkant van zijn stuur en een gedeukte sinaasappeldoos onder de snelbinder en daarin altijd een onbeduidend struikgewas. Altijd een kort maar beleefd knikje in het voorbijgaan. Naar mate de weken, nee maanden passeerden veranderde hier weinig aan. Toen, geheel tegen mijn gewoonte in, ik op een ochtend de honden in mijn werkkleding uitliet en hij in het voorbijgaan opeens mompelde; ‘werk ou in een tuin of zo’? Verbouwereerd stamelde ik; ‘euh, ja’. ‘Kan ik effe wat vrage dan’? Zei hij terwijl hij halt hield en van zijn fiets stapte. ‘Hebbie die’? Hij haalde een plastic zakje uit zijn jaszak met hierin een oud en verkleurd leeg zakje zaad van het eens zo beroemde zaadhuis Turkenburg uit Bodegraven. Bloemendaalse Gele stond erop, savooien kool.
Hij vertelde me dat hij al meer dan 28 jaar deze kool teelde op zijn volkstuintje. Iedereen in zijn familie was er mee opgegroeid en ook de buurt voorzag hij regelmatig van een portie. Na de laatste oogst had hij geen zaad meer kunnen vangen omdat hij in die periode in het ziekenhuis had gelegen voor een nieuwe heup. Tevergeefs was hij later bij tuincentra’s langs geweest om zaad te kopen maar het zat nergens meer in het assortiment. Ik deelde hem mede dat ik zou kijken of ik het ergens kon vinden en het hem dan op een van onze ochtend ontmoetingen zou laten weten.
Bloemendaalse Gele, mijn interesse was gewekt, al zoekend op het web kwam ik er achter dat in vorige eeuwen deze gele kool op de geestengronden rond Haarlem in Kennemerland werd geteeld. Het is een savooie kool geel groen van kleur met zacht blad. Het werd slobberkool genoemd omdat in vroegere tijden het zachte blad veelal te gaar gekookt werd. Men serveerde het bij vis en wildgerechten. Tijdens deze naspeuring viel het mij tevens op dat vele groenten van weleer weer (gelukkig) heel erg in trek zijn en via vele kanalen worden aangeboden. Toen ik de slobberkool via een webwinkel verkregen had deed ik hem het zakje op een ochtend toekomen. Als dank nodigde hij mij uit voor een kijkje op zijn volkstuin. Een paar dagen later melde ik me op zijn volkstuin. Vol trots sleurde hij me langs de bonen, kolen, sla wortelen, aardappelen en wat al niet meer. Nadat hij het hoekje met vergeten groenten had laten zien met o.a. haverwortel, spekbonen, tuinmelde en aardpeer liepen we langs een klein bedje met bloemen voor de snij, dat vond zijn vrouw zo leuk. Zijn volkstuin was in al die 28 jaar niet echt veranderd. Een moestuin, wat snijbloemen en een klein bouwvallig schuurtje. Geen luxe, maar doelmatig en functioneel. De tijd had hier dan stil gestaan maar wat een nostalgie en charme straalde deze plek uit. Als dank kreeg ik een ferme handdruk en de belofte dat hij mij van de eerst volgende oogst van de Bloemendaalse Gele zou laten mee genieten.
Toen ik zijn volkstuin verliet kuierde ik op mijn gemak langs de andere percelen. Hier stonden geen schuurtjes nee, luxe blokhutten, tweede huizen de een nog luxueuzer en mooier dan de ander. O, ja af en toe zag je nog een postzegeltje moestuin maar de meeste tuinen waren omgetoverd tot onderhoudsvrije borders met gemillimeterd gazon en terrassen. Kortom eigenlijk gewoon recreatie objecten met buitenkeukens dure tuinmeubelen en barbecue’s.
Toch zijn er licht puntjes want voor het behoud van al die vergeten groenten zijn er steeds meer hobbyisten/verenigingen die zich hier voor inspannen zoals o.a. het genootschap der vergeten groenten. Dat is mooi, heel mooi want op deze manier raken wij al deze prachtige soorten niet kwijt en verlossen zij zo onze smaakpupillen met hun producten ook nog eens van de flauwe eenheid van deze tijd.
DB
Clusiaantje april 2010
In zeven stappen.
Eigenlijk ben ik een beetje boos want niet zelden wordt ik vertrapt, verwaarloosd, uitgedroogd en soms zelfs met enige regelmaat onthoofd. Niet alleen ik maar de rest van mijn familie ook. Waarom? Ik heb zoveel te bieden. Elke keer als ik me uitrek naar de warme zon gebeurt er wel wat. Verliefde stellen vlijen op mij neer. Ik bied plaats voor hele families op vrije zonnige dagen als ze zich massaal op mij ontspannen. Neem bijvoorbeeld Lobbes, de Sint-bernard van de familie Spruit, die dendert lustig over mij heen of peuters als Robbie en Eva ze rennen met de bal, nou niet zacht zinnig hoor! En wat dacht u van popfestijnen, tent vierende vakantiegangers, caravans, scheurende crossmotoren, sporters en poepende viervoeters! Na dat alles moet ik steeds maar weer fris zijn? Gelukkig ben ik erg veerkrachtig en sta ik weldra weer overeind, maar toch. Bovendien wordt ik ook nog eens met grote regelmaat als ik boven het maaiveld uitsteek een kopje kleiner gemaaid.
Goed, voor ik verder ga zal ik mijzelf en mijn lotgenoten aan u voorstellen; gras is de naam. Ja, gewoon gras. Nou gewoon? Ik sta aan het hoofd van 8000 soorten windbestuivers, de grassenfamilie, botanische naam Gramineae of Poacea u mag ze beide voor mij gebruiken. U vindt mij en leden van mijn familie in elk werelddeel zelfs op Antarctica. Zaden van mijn familieleden vormen ongeveer 80% van al het voedsel op deze aardbol. Al sinds tijden is de mens bezig grassoorten te veredelen die zoveel mogelijk energie in hun zaadproductie stoppen in plaats van in hun celwanden en nerven. Enkele voorbeelden hiervan zijn haver, gerst, rogge, tarwe en rijst. Mijn blad, wordt al dan niet met stengel, door grazende dieren gegeten. Met hun leef ik eigenlijk in een soort symbiose zij zijn in grote mate afhankelijk van mij maar ik ook van hen. De grazers eten het gras af en ook alle andere planten die anders hoger zouden groeien dan ik en zo het zonlicht voor mij zouden wegnemen. Een aandeel van 15% van uw voedsel wordt tevens door deze grazers gevormd en zo voorzie ik dus eigenlijk in bijna 95% van uw voedselbehoefte op deze aardbol.
In het midden van de 17e eeuw begin ik aan een nieuw hoofdstuk in mijn lange leven, de modieuze kant. De rijke Engelse adel laat mij hun landgoederen omzomen. Het zeeklimaat is hier ideaal voor prachtige groene gazons. Kosten nog moeite werden gespaard en vele tuinlieden hielden zich met mijn make-up bezig. Kortom het groene gazon was geboren. De Amerikanen, groen van jaloezie, gingen met man en macht aan het werk om dit ook voor elkaar te krijgen. Het gazon werd in sommige delen van de V.S. zelfs een cult. Twee belangrijke invloeden speelden hier een rol. Als eerste de Amerikaanse uitvinding van de push-reel, beter bekent als de grasmaaier. Ten tweede de publicatie van het gezaghebbende The American Garden Club die claimde dat huiseigenaren de burgerplicht hadden om een mooi en gezond gazon te houden. Vandaag de dag ben ik als gazon de, de fac'to van landschapsvorming.
Welnu, daar wil ik graag even over praten. Een mooi en gezond gazon. Er zijn plaatsen waar ik er als een kroonjuweel bij lig. Eindeloze groene greens in Schotland, Portugal of zelfs Dubai. Maar ook overal ter wereld in stadions, rondom kastelen en landgoederen, in de parken van de grote wereldsteden. De in balans gebrachte uitgestrekte weiden waarop de grazers zich naar hartelust op mij uitleven. Want ook voor een goede weidegang is de juiste samenstelling van mij van belang voor de grazers. Maar soms wil het ook niet. Door een gebrek aan stikstof, te zure grond en veel onkruid of mos lig ik er dan bruin, geel, kaal en futloos bij. En dat, is toch bij u in de achtertuin? Ziedend van jaloezie moet u telkens weer toezien hoe het gazon van uw buurman na de winter er toch weer groener uitziet dan bij u. Is het werkelijk zo dat het gras bij een ander altijd groener is?
Ook u kunt een gazon zo groen als gras creëren dit kost echter wel wat tijd en energie maar het resultaat is verbluffend. Ik geef u 7 tips waardoor ik mij prettiger zal voelen en daardoor beter ga groeien.
Stap 1.Vanaf half maart kunt u beginnen met het verticuteren (beluchten) van uw grasmat.
Stap 2. De kale plekken doorzaaien. Stap 3. De gehele grasmat voorzien van kalk met een verhouding van 1kg. kalk op 10m². Stap 4. Gazon bemesten in een verhouding van 1kg organische meststof op 10m². Stap 1 t/m 4 vind plaats in maart/april en mag in een dag uitgevoerd worden. Stap 5. Vanaf half april t/m half september kort maaisel laten liggen op de grasmat. Stap 6. Eind juni, begin juli het gazon voor een tweede keer bemesten. Stap 7. Het gazon indien de pH-waarde lager is dan 5.5 wederom bekalken en voor eind november voorzien van een dun laagje Cocopeat in de verhouding 20 liter op 10m². Voor een gedetailleerd overzicht gaat u naar www.7-stappenplan.nl Nu kunt u, om nog maar een spreekwoord te gebruiken, op uw lauweren rusten, want het resultaat zal binnen enkele weken zichtbaar zijn. En wat betreft het gezegde "het gras bij een ander is altijd groener" dat klopt: kijk straks maar naar uw eigen gazon. DB
Clusiaantje maart 2010
Een scherpe snede.
Op de vroege zaterdagochtend in maart liep ze het tuinhuis binnen. Fijne stofdeeltjes dwarrelden op in het licht van de eerste zonnestralen die door het raam naar binnen vielen. Toen ze vroeg uit bed ging lag manlief nog te slapen. Ze taste hoog boven op de plank naar het gereedschap. Al twee weken liep ze met het plan rond, dit was het moment. Ze pakte het onlangs geslepen tuinmes en de scherpe snoeischaar van de plank. Met haar duim gleed ze over het koele staal en sneed zich bijna. Meteen pakte ze haar tuinhandschoenen uit de rietenmand.
Op haar laarzen en met de handschoenen aan, het mes en schaar vastgeklemd, liep ze het tuinhuis uit de tuin in. Terwijl ze langs de nog half in winterslaap verkerende borders liep speelden de herinneringen aan hem door haar hoofd. Misschien was het wel haar eigen schuld geweest. Misschien had ze hem de laatste twee jaar te weinig aandacht gegeven. Er was ook zoveel werk en zoveel nieuwigheden. Nerveus kwam ze bij hem aan. Allereerst zou ze hem een kopje kleiner maken en dan eruit. Een jongeling zal zijn plaats innemen en met de juiste verzorging en liefde zal ook deze uitgroeien tot wat hij eens was geweest.
Jaren van voorspoed had hij gekend, als een rots in de branding. Telkens had hij haar verrast. Met de jaren was hij rijker, mooier en uitbundiger geworden. Het was steeds wel van korte duur geweest maar wat een schoonheid wat een plaatje. Fier stond hij daar dan met zijn ietwat stijve maar met fijne stekels aangezette takken in juni en juli met zijn prachtige scharlaken enkelvoudige heldere rode bloemen te bloeien. In de kom van de bloemen meeldraden als van goud. In het najaar tooide hij zich dan altijd met opvallende botteltjes gelijk aan kleine bierflesjes met een hoog vitamine c gehalte. Nu echter was hij de laatste jaren sterk aan het verhouten. Met chirurgische precisie hanteerde ze met weemoed de snoeischaar en snoeide de lange takken kort af.
Eigenlijk behoeft Rosa moyesii ˈGeraniumˈ de manderijnroos waar over ik hier verhaal geen aanbeveling het is een van de mooiste botanische rozen. De Rosa moyesii zelf is ontdekt tijdens een botanische missie van W.B. Hemsley en E.H. Wilson in de provincie Sichuan in China in ±1894. De naam moyesii komt af van de gastheer in China van beide botanici dominee J. Moyes. De R. moyesii ˈGeraniumˈ werd rond 1938 geïntroduceerd door B.O. Mulligan. Een leuk feit is dat de missie mede gefinancierd werd door Miss Ellen Wilmott. U weet wel die dame van Willmott’s Ghost, Eryngium giganteum, haar favoriete tuinplant die ze te pas en onpas overal via zaad in anderen hun tuinen achterliet. Een beroemd naslagwerk van Hemsley is; het Handbook of hardy Trees, Shrubs and herbaceus Plants. The Genius Rosa van de hand van Miss Ellen Wilmott een naslagwerk over rozen wordt vandaag de dag in Engeland nog steeds geraadpleegd.
Dit alles brengt ons bij de vraag die zo vaak gesteld wordt, rozen snoeien? Wanneer, hoe en waarom? U hoeft echt geen chirurgische opleiding te hebben genoten om dit klusje te klaren. Een goede scherpe snoeischaar, handschoenen en een beetje durf is het gereedschap. De praktische handleiding rozen snoeien kunt u hier doorlezen, veel succes!
Rest mij slechts nog u de volgende spreuk van Kahlil Gibran niet te onthouden;
De optimist ziet de roos en niet de doornen, de pessimist staart naar de doornen, onbewust van de roos.
DB
Vanaf het prille begin, dat begon lang voor zijn geboorte, bevolkte zijn familie de velden van de Balkan. Eeuwen lang hadden zij zich onder andere door middel van vegetatieve vermeerdering verspreid. Een beroemde Italiaanse botanicus die in de 18e eeuw op ontdekkingreis door Dalmatië zijn naam aan zijn voorouders verbond, maakte reizigers van ze. De familie spreidde zich toen over een groot deel van noordelijk Europa uit. In Engeland en Duitsland maar ook hier kwamen zijn voorouders zich vestigen. Allereerst in Friesland later toen de wallen van de terpen gebruikt werden om het land op te hogen verspreidde zij zich over het grasland. Sommige voorouders kwamen in stadstuinen terecht, zij mochten in het vroege voorjaar kleur geven aan het leven van de stadse lui. Anderen genoten de voorkeur om op prachtige buitenplaatsen langs de Vecht terecht te komen. Eeuwenlang trotseerden ze natuurrampen, zelfs wereldoorlogen.
Twee jaar moest hij groeien, daar veilig onder de grond, met ontelbare familieleden, in keurige strakke bedden naast elkaar. Gedurende zijn eerste levensjaar 2008 was hij onwetend van de gebeurtenissen boven hem. Er raasde stormen over het land, Fidel Castro trad af, Sarkozy trouwde zijn Carla Bruni en in dat zelfde jaar werd er voor het eerst in de geschiedenis een gekleurde president gekozen; Barack Obama.
Het tweede jaar voelde hij zich al een stuk flinker. Dit was het jaar waarin de crises hoogtij vierde, maar niet voor hem, hij groeide. In de zomer van 2009 wordt hij uit de grond genomen met ontelbare andere familieleden. Met duizenden kwamen ze in gaasbakken terecht. Na een korte rit kwam hij in een bollenschuur tot rust. Na enige tijd werd hij met 24 anderen in een zak geteld. Na wat gehobbel in een fietstas lag hij plots in een fris groen gazon in de najaarszon. Ruw verdween hij plots onder de grond. De tijd verstreek, regen kwam over hem, kou gaf hem bloeistructuur.
Februari, langzaam maakt de winter plaats voor de eerste voorjaarsperikelen en door het opwarmen van de grond rekt hij zich langzaam uit. Natuurlijk is er die strijd, wie eerst? Het akonietje, het sneeuwklokje, maar die horen zo bij de winter. Nee, daar wint hij het niet van, laat ze maar gaan die uitslovers, voor hem is er een andere taak. Op een morgen kijk ik vanuit mijn raam de tuin in, het laatste vaalgrijze licht van de nacht maakt plaats voor het eerste fluweel zachte ochtendlicht. Te midden van het amper van sneeuw ontblote gras staat hij daar met zijn langwerpige elliptische bloemdekbladeren, teder behaarde helmdraadjes en een door de laatste ochtendkou versterkte prachtige lila blauwe tint, te pronken als een koning.
Omhoog kijkend naar een steeds blauwer kleurende de hemel begrijp ik het.
De boodschapper, Crocus tommasinianus! Eindelijk de lente is in aantocht!
DB